Indicatoren

Als achter een indicator een sterretje (*) staat vermeld dan zijn de cijfers van het laatste getoonde jaar voorlopig. Deze worden later vervangen door definitieve cijfers. Over het algemeen zijn de verschillen tussen de voorlopige en definitieve cijfers beperkt.

Omvang van de instelling in aantal inschrijvingen 2016/17

Definitie: totaal aantal deelnemers ingeschreven op 1 oktober van het schooljaar.
Let op: de ontwikkeling op de x-as in het cirkeldiagram betreft hier in tegenstelling tot de meeste andere indicatoren de relatieve ontwikkeling: (studenten in het laatste jaar - studenten in het eerste jaar) / studenten in het eerste jaar x 100%.

Populatie: bekostigde deelnemers

Bron en kwaliteit: De leerlingengegevens zijn afkomstig uit het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) van DUO, dat gevoed wordt door de leerling administraties van de instellingen. De instellinggegevens komen uit CREBO (Centraal Register Beroepsonderwijs) en BRIN (Basisregister Instellingen). Deze registraties worden ook beheerd door DUO. De kwaliteit van de gegevens wordt geborgd door het Programma van Eisen Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. De gegevens in dit bestand zijn gebaseerd op definities en afspraken die gemaakt zijn tussen het Ministerie van OCW, MBO Raad, CBS en andere partijen om onderwijsgegevens op een eenduidige manier te ontsluiten. De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%.
Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Aandeel BBL-studenten, 2016/17

Definitie: het aandeel van de deelnemers ingeschreven op 1 oktober van het schooljaar in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL)

Populatie: bekostigde deelnemers

Bron en kwaliteit: De leerlingengegevens zijn afkomstig uit het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) van DUO, dat gevoed wordt door de leerling administraties van de instellingen. De instellinggegevens komen uit CREBO (Centraal Register Beroepsonderwijs) en BRIN (Basisregister Instellingen). Deze registraties worden ook beheerd door DUO. De kwaliteit van de gegevens wordt geborgd door het Programma van Eisen Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. De gegevens in dit bestand zijn gebaseerd op definities en afspraken die gemaakt zijn tussen het Ministerie van OCW, MBO Raad, CBS en andere partijen om onderwijsgegevens op een eenduidige manier te ontsluiten.
De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%. Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Overige informatie: https://www.duo.nl/zakelijk/middelbaar-beroepsonderwijs/index.jsp

Aandeel studenten naar niveau, 2016/17

Definitie: het aandeel van de deelnemers ingeschreven op 1-10 op niveau 1, 2
en, om technische redenen, 3 en 4 samen.

Populatie: bekostigde deelnemers

Bron en kwaliteit: De leerlingengegevens zijn afkomstig uit het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) van DUO, dat gevoed wordt door de leerling administraties van de instellingen. De instellinggegevens komen uit CREBO (Centraal Register Beroepsonderwijs) en BRIN (Basisregister Instellingen). Deze registraties worden ook beheerd door DUO. De kwaliteit van de gegevens wordt geborgd door het Programma van Eisen Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. De gegevens in dit bestand zijn gebaseerd op definities en afspraken die gemaakt zijn tussen het Ministerie van OCW, MBO Raad, CBS en andere partijen om onderwijsgegevens op een eenduidige manier te ontsluiten. De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%. Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Overige informatie: In de mbo-scanner staan niveau 3 en 4 apart gepresenteerd.

Aandeel economie, zorg en techniek, 2016/17

Definitie: het aandeel van de deelnemers ingeschreven in de diverse opleidingssectoren (economie, zorg, techniek, groen en combinaties van sectoren) op 1 oktober. Sector groen wordt niet weergegeven in de figuren omdat deze bij AOC's dominant is, en bij de overige instellingen ontbreekt.
De sectoren zijn gebaseerd op de domeinen waar kwalificaties in zijn toebedeeld.
Let op: deze indeling wijkt af van een eerdere indeling in sectoren gebaseerd op kenniscentra. Deze indeling is wel gebruikt om onderstaande indeling op te stellen.

De indeling is als volgt opgebouwd (sector/domein):

Techniek:

Afbouw, hout en onderhoud
Bouw en infra
Ambacht, labor. en gezondheidst.
Media en vormgeving
Mobiliteit en voertuigen
Niet toebedeeld aan opleidingsdomeinen (niet EZ)
Techniek en procesindustrie
Transport, scheepv. en log.

Economie:

Economie en administratie
Handel en ondernemerschap
Horeca en bakkerij
Informatie en comm.techn.
Toerisme en recreatie
Voedsel, natuur en leefomg. (niet EZ)

Zorg en welzijn:

Uiterlijke verzorging
Veiligheid en sport
Zorg en welzijn

Groen:

Niet toebedeeld aan opleidingsdomeinen (EZ)
Voedsel, natuur en leefomg. (EZ)

Populatie: bekostigde deelnemers

Bron en kwaliteit: De leerlingengegevens zijn afkomstig uit het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) van DUO, dat gevoed wordt door de leerling administraties van de instellingen. De instellinggegevens komen uit CREBO (Centraal Register Beroepsonderwijs) en BRIN (Basisregister Instellingen). Deze registraties worden ook beheerd door DUO. De kwaliteit van de gegevens wordt geborgd door het Programma van Eisen Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. De gegevens in dit bestand zijn gebaseerd op definities en afspraken die gemaakt zijn tussen het Ministerie van OCW, MBO Raad, CBS en andere partijen om onderwijsgegevens op een eenduidige manier te ontsluiten. De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%. Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Overige informatie: https://www.duo.nl/open_onderwijsdata/databestanden/mbo/Crebo

Aandeel vrouwelijke studenten, 2016/17

Definitie: het aandeel van de vrouwelijke deelnemers op 1 oktober

Populatie: bekostigde deelnemers

Bron en kwaliteit: De leerlingengegevens zijn afkomstig uit het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) van DUO, dat gevoed wordt door de leerling administraties van de instellingen. De instellinggegevens komen uit CREBO (Centraal Register Beroepsonderwijs) en BRIN (Basisregister Instellingen). Deze registraties worden ook beheerd door DUO. De kwaliteit van de gegevens wordt geborgd door het Programma van Eisen Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. De gegevens in dit bestand zijn gebaseerd op definities en afspraken die gemaakt zijn tussen het Ministerie van OCW, MBO Raad, CBS en andere partijen om onderwijsgegevens op een eenduidige manier te ontsluiten. De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%. Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Aandeel studenten van 23 jaar en ouder, 2016/17

Definitie: het aandeel van de deelnemers ingeschreven op 1 oktober dat 23 jaar of ouder is

Populatie: bekostigde deelnemers

Bron en kwaliteit: De leerlingengegevens zijn afkomstig uit het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) van DUO, dat gevoed wordt door de leerling administraties van de instellingen. De instellinggegevens komen uit CREBO (Centraal Register Beroepsonderwijs) en BRIN (Basisregister Instellingen). Deze registraties worden ook beheerd door DUO. De kwaliteit van de gegevens wordt geborgd door het Programma van Eisen Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. De gegevens in dit bestand zijn gebaseerd op definities en afspraken die gemaakt zijn tussen het Ministerie van OCW, MBO Raad, CBS en andere partijen om onderwijsgegevens op een eenduidige manier te ontsluiten. De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%. Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Aandeel niet-westers allochtone studenten, 2016/17

Definitie: het aandeel niet westers allochtone deelnemers ingeschreven op 1 oktober. Een allochtoon is een persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Tot de niet-westerse allochtonen behoren personen uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) en Turkije.

Populatie: bekostigde deelnemers

Bron en kwaliteit: De leerlingengegevens zijn afkomstig uit het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) van DUO, dat gevoed wordt door de leerling administraties van de instellingen. De instellinggegevens komen uit CREBO (Centraal Register Beroepsonderwijs) en BRIN (Basisregister Instellingen). Deze registraties worden ook beheerd door DUO. De kwaliteit van de gegevens wordt geborgd door het Programma van Eisen Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. De gegevens in dit bestand zijn gebaseerd op definities en afspraken die gemaakt zijn tussen het Ministerie van OCW, MBO Raad, CBS en andere partijen om onderwijsgegevens op een eenduidige manier te ontsluiten. De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%. Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Aandeel studenten uit armoedeprobleemgebieden, 2016/17

Definitie: het aandeel deelnemers ingeschreven op 1 oktober en woonachtig in armoedeprobleemcumulatiegebieden (apcg). Het kenmerk apcg is bepaald op basis van de vier cijfers van de postcode van het adres waar de deelnemer woont.
De apcg-toekenning is afkomstig van het CBS en ontleend aan het jaarlijkse Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het CBS. De indeling van 2011 is gebruikt.

Populatie: bekostigde deelnemers

Bron en kwaliteit: De leerlingengegevens zijn afkomstig uit het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) van DUO, dat gevoed wordt door de leerling administraties van de instellingen. De instellinggegevens komen uit CREBO (Centraal Register Beroepsonderwijs) en BRIN (Basisregister Instellingen). Deze registraties worden ook beheerd door DUO. De kwaliteit van de gegevens wordt geborgd door het Programma van Eisen Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. De gegevens in dit bestand zijn gebaseerd op definities en afspraken die gemaakt zijn tussen het Ministerie van OCW, MBO Raad, CBS en andere partijen om onderwijsgegevens op een eenduidige manier te ontsluiten. De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%. Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Aandeel studenten met een hogere vooropleiding vo, 2016/17

Definitie: het aandeel van de deelnemers op 1 oktober met een hogere vooropleiding voortgezet onderwijs

Tot de hogere vooropleidingen voortgezet onderwijs zijn gerekend: havo/vwo (al dan niet met diploma) en vmbo met diploma, behalve vmbo basisberoepsgerichte leerweg. De overige categorieën zijn: praktijkonderwijs, vmbo zonder diploma, vmbo basisberoepsgerichte leerweg met diploma, vooropleiding van studenten van 27 jaar en ouder, en vooropleiding onbekend.

Populatie: bekostigde deelnemers

Bron en kwaliteit: De vooropleiding is afgeleid uit onderwijsnummer voortgezet onderwijs. De leerlingengegevens zijn afkomstig uit het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) van DUO, dat gevoed wordt door de leerling administraties van de instellingen. De instellinggegevens komen uit CREBO (Centraal Register Beroepsonderwijs) en BRIN (Basisregister Instellingen). Deze registraties worden ook beheerd door DUO. De kwaliteit van de gegevens wordt geborgd door het Programma van Eisen Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. De gegevens in dit bestand zijn gebaseerd op definities en afspraken die gemaakt zijn tussen het Ministerie van OCW, MBO Raad, CBS en andere partijen om onderwijsgegevens op een eenduidige manier te ontsluiten. De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%. Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Rentabiliteit, liquiditeit en solvabiliteit, 2014

Definities:

Liquiditeit: Vlottende activa / Kortlopende schulden

De liquiditeitsratio geeft aan in welke mate de instelling aan haar verplichtingen op korte termijn kan voldoen. Een liquiditeit groter dan 1 wordt doorgaans als voldoende gekwalificeerd, omdat tegenover de binnenkort vervallende schulden van de instelling ten minste evenveel vlottende activa staan. Met andere woorden, er is sprake van een positief werkkapitaal; de instelling hoeft niet vaste activa om te zetten in liquide middelen of extra financiering aan te gaan om aan de verplichtingen op korte termijn te voldoen.

Solvabiliteit 2: (Eigen vermogen + voorzieningen) / Totaal passiva

De solvabiliteit geeft aan op welke wijze de bezittingen die op de actiefzijde van de balans staan zijn gefinancierd, namelijk met eigen vermogen en/of vreemd vermogen. Hoe slechter de solvabiliteit is, des te groter is het risico, dat de vermogensverstrekkers hun vermogen deels of geheel verloren zien gaan. In de indicator solvabiliteit 2 zijn de voorzieningen opgenomen. Een instelling kan haar vermogenspositie en exploitatiesaldo beïnvloeden door de voorzieningenpositie aan te passen. Een slechte solvabiliteit bemoeilijkt het vinden van nieuwe vermogensverstrekkers.

Rentabiliteit: Resultaat gewone bedrijfsvoering/totale baten gewone bedrijfsvoering x 100

Dit kengetal geeft aan welk deel van de totale baten c.q. opbrengsten over lijft na aftrek van de lasten c.q. kosten. Het geeft aan in hoeverre de inkomsten en uitgaven elkaar in evenwicht houden. In de periode dat reserves worden opgebouwd zal de rentabiliteit over het algemeen hoger zijn dan in de periode waarin tot besteding wordt overgegaan. Bij de indicatoren wordt in de cirkeldiagrammen de signaleringsgrens van de Inspectie getoond. Indien de indicator onder deze grens komt, kan dat in combinatie met andere indicatoren duiden op een risico. De signaleringsgrenzen zijn: solvabiliteit 30%, liquiditeit 0,50 en rentabiliteit 0,0 %.

Bron: Jaarrekeningen van de bevoegde gezagen

Kwaliteit:

  • De financiële gegevens zijn afkomstig uit de jaarrekeningen van de door DUO bekostigde bevoegde gezagen, zoals ze elektronisch zijn aangeleverd aan DUO via EFJ (Elektronisch Financiële Jaarrekening), of door DUO ingevoerd naar aanleiding van de door de accountant goedgekeurde papieren jaarrekening.
  • De jaarrekening 2010 is opgesteld conform Richtlijn Jaarverslag Onderwijs, de toelichtende brochure bij de Regeling jaarverslaggeving onderwijs van OCW.
  • De jaarrekeningen zijn gecontroleerd door de accountant. Bij DUO is vastgesteld of de elektronische bestanden, zoals aangeleverd door de bevoegde gezagen, overeenkomen met de door de accountant goedgekeurde papieren jaarrekening. Was dit niet het geval, dan is de elektronische versie aangepast aan de papieren versie.

Overige informatie: https://www.duo.nl/open_onderwijsdata/databestanden/mbo/Financien

Diplomaresultaat, 2014/15

Definitie: Het diplomaresultaat is het aandeel van de instellingsverlaters dat een diploma heeft behaald tijdens het verblijf op de instelling.

Toelichting :
Voor de bepaling van het diplomaresultaat per instelling voor het studiejaar/opbrengstenjaar (loopt van 1-10 tot 1-10) t/m (t+1), wordt gekeken naar het aantal ingeschreven deelnemers op 1-10-t. Deze groep vormt de populatie.
Van de deelnemers uit deze populatie wordt bepaald of zij een inschrijving op diezelfde instelling hebben geldig op 1-10-(t+1). Indien deze inschrijving er niet is, wordt deze deelnemer als uitstromer aangemerkt. Van de deelnemers uit deze populatie wordt ook bepaald of zij ooit een diploma hebben behaald bij diezelfde instelling.

Vervolgens zijn de deelnemers uit de populatie in de volgende categorieën in te delen:
a. Doorstromers zonder diploma
b. Doorstromers met diploma
c. Uitstromers zonder diploma
d. Uitstromers met diploma

Voor het bepalen van het Diplomaresultaat per Instelling worden de categorieën a en b buiten beschouwing gelaten. De aantallen deelnemers uit de overige categorieën worden als volgt gebruikt voor de bepaling van het diplomaresultaat per Instelling: d / (c+d) * 100%. Een deelnemer kan meerdere inschrijvingen bij verschillende instellingen of bij dezelfde instelling hebben. Die deelnemer telt bij de verschillende instellingen mee, maar altijd maximaal 1 keer per instelling.

Bron en kwaliteit: De leerlingengegevens zijn afkomstig uit het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) van DUO, dat gevoed wordt door de leerling administraties van de instellingen. De instellinggegevens komen uit CREBO (Centraal Register Beroepsonderwijs) en BRIN (Basisregister Instellingen). Deze registraties worden ook beheerd door DUO. De kwaliteit van de gegevens wordt geborgd door het Programma van Eisen Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. De gegevens in dit bestand zijn gebaseerd op definities en afspraken die gemaakt zijn tussen het Ministerie van OCW, MBO Raad, CBS en andere partijen om onderwijsgegevens op een eenduidige manier te ontsluiten. De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%. Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Meer informatie:
https://www.mboraad.nl/het-mbo/feiten-en-cijfers
https://duo.nl/open_onderwijsdata/publicaties/indicatoren/indic.jsp

Jaarresultaat, 2014/15

Definitie: Het jaarresultaat is het aantal gediplomeerden in het jaar als percentage van hetzelfde aantal gediplomeerden plus de ongediplomeerde instellingverlaters in hetzelfde jaar.
Toelichting :
Voor de bepaling van het jaarresultaat per instelling voor het studiejaar/opbrengstenjaar (loopt van 1-10 tot 1-10) t/m (t+1)), wordt gekeken naar het gediplomeerden in deze periode én degenen die voor het deze periode zijn ingeschreven en in de periode uitgeschreven. Deze groep vormt de populatie.Van de deelnemers uit deze populatie wordt ook bepaald of zij ooit een diploma hebben behaaldbij diezelfde instelling.
Bron en kwaliteit: De leerlingengegevens zijn afkomstig uit het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) van DUO, dat gevoed wordt door de leerling administraties van de instellingen. De instellinggegevens komen uit CREBO (Centraal Register Beroepsonderwijs) en BRIN (Basisregister Instellingen). Deze registraties worden ook beheerd door DUO. De kwaliteit van de gegevens wordt geborgd door het Programma van Eisen Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. De gegevens in dit bestand zijn gebaseerd op definities en afspraken die gemaakt zijn tussen het Ministerie van OCW, MBO Raad, CBS en andere partijen om onderwijsgegevens op een eenduidige manier te ontsluiten.De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%. Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Meer informatie:
https://www.mboraad.nl/het-mbo/feiten-en-cijfers
https://duo.nl/open_onderwijsdata/publicaties/indicatoren/indic.jsp

Aandeel doorstromers niveau 1,2 en 3 gediplomeerden 2014/15

Definitie: per schooljaar wordt het aandeel gediplomeerden op niveau 1, 2 en 3 weergegeven, dat in het jaar na het behalen van het diploma een mbo-opleiding op een hoger niveau is gaan volgen. Dat kan zijn bij de instelling waar het diploma behaald is of een andere mbo-instelling.

Populatie: het aantal bekostigde deelnemers en gediplomeerden dat door DUO (in BRON) wordt geregistreerd. Hierbij zijn diploma's van examendeelnemers niet meegerekend.

Bron en kwaliteit: De leerlingengegevens zijn afkomstig uit het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) van DUO, dat gevoed wordt door de leerling administraties van de instellingen. De instellinggegevens komen uit CREBO (Centraal Register Beroepsonderwijs) en BRIN (Basisregister Instellingen). Deze registraties worden ook beheerd door DUO. De kwaliteit van de gegevens wordt geborgd door het Programma van Eisen Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. De gegevens in dit bestand zijn gebaseerd op definities en afspraken die gemaakt zijn tussen het Ministerie van OCW, MBO Raad, CBS en andere partijen om onderwijsgegevens op een eenduidige manier te ontsluiten. De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%. Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Aandeel deelnemers met verzuim, 2014/15

Definitie: de indicator betreft het aantal personen dat 1x of vaker heeft verzuimd op jaarbasis, gedeeld door het aantal studenten. Hier zijn de cijfers getoond vanaf 1 augustus in het schooljaar. Voor de leeftijdsgroepen 18+ betreft het zogenaamd RMCverzuim en voor de leeftijdscategorie 18- meer dan zestien uren verzuim van les of praktijktijd binnen vier opeenvolgende lesweken.

Populatie: de cijfers hebben betrekking op studenten voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs tot 23 jaar oud

Bron en kwaliteit: Het melden van ongeoorloofd verzuim via het Digitaal Verzuimloket van DUO is wettelijke verplicht per augustus 2009. De mate van aanlevering verschilt, de ene instelling meldt frequenter dan de andere en heeft betere verzuimprotocollen. Verschillen in verzuim tussen instellingen kunnen hierdoor veroorzaakt worden.

Meer informatie
https://www.duo.nl/zakelijk/middelbaar-beroepsonderwijs/verzuim

Aandeel voortijdige schoolverlaters, 2014/15, definitieve cijfers

Definitie: De indicator geeft het aantal voortijdig schoolverlaters per onderwijsinstelling per schooljaar weer. Voortijdige schoolverlaters zijn jongeren tussen de 12 en 23 jaar die zonder startkwalificatieniveau het onderwijs verlaten. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of met het behalen van een diploma op niveau 2 van het mbo of hoger.

In 2012/2013 is de definitie aangepast waardoor ten onrechte getelde vsv-ers niet meer worden meegeteld. Vanwege deze wijziging worden alleen de cijfers getoond vanaf dat jaar.

Populatie: de cijfers hebben betrekking op studenten voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs tot 23 jaar oud

Bron en kwaliteit: De leerlingengegevens zijn afkomstig uit het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) van DUO, dat gevoed wordt door de leerling administraties van de instellingen. De instellinggegevens komen uit CREBO (Centraal Register Beroepsonderwijs) en BRIN (Basisregister Instellingen). Deze registraties worden ook beheerd door DUO. De kwaliteit van de gegevens wordt geborgd door het Programma van Eisen Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie. De gegevens in dit bestand zijn gebaseerd op definities en afspraken die gemaakt zijn tussen het Ministerie van OCW, MBO Raad, CBS en andere partijen om onderwijsgegevens op een eenduidige manier te ontsluiten.
De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%. Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Meer informatie :
www.aanvalopschooluitval.nl
www.vsvverkenner.nl

Studiewaarde 2014/15, definitieve cijfers

De studiewaarde van een diploma is het verschil tussen de diplomawaarde en de zogenaamde referentiewaarde. In formule-vorm: studiewaarde = diplomawaarde – referentiewaarde. De diplomawaarde komt overeen met het niveau van de opleiding: aan een niveau 2-diploma wordt de score 2 toegekend, aan een niveau 3-diploma score 3 en aan een niveau 4-diploma score 4. De referentiewaarde is de gemiddeld behaalde diplomawaarde per vooropleiding in de vier voorafgaande jaren op landelijk niveau. Bij het berekenen van de referentiewaarden wordt aan niveau 1 diploma’s een waarde 1 toegekend. Als een studiewaarde negatief is dan wordt deze op 0 gesteld. Bij de berekening van studiewaardes worden niveau 1 diploma’s overigens buiten beschouwing gelaten. Studiewaardes van eerdere diploma’s van dezelfde student worden bij de berekening van de studiewaarde in het betreffende schooljaar verrekend.

In de figuur is op de Y-as de gemiddelde studiewaarde getoond voor het betreffende domein, beroepsopleiding of kwalificatie, in combinatie met niveau en leerweg. De gemiddelde studiewaarde is de som van alle (positieve) studiewaardes gedeeld door alle diploma’s. Op de X-as staat het verschil van de studiewaarde in 2014/15 met de studiewaarde in de basisperiode, 2010/11-2013/14, getoond.

Vanaf schooljaar 2014/15 worden instellingen jaarlijks beloond voor goede resultaten voor studiewaarde. De basiswaarde wordt berekend over de schooljaren 2010/11-2013/14. De beloning voor studiewaarde is gebaseerd op een berekening per domein/niveau combinatie als deze gemiddeld per jaar in de basisperiode 50 diploma’s of meer telt. Anders worden gegevens van het hogere aggregatieniveau gebruikt.

Presentatie in deze scanner op een lager niveau dan dat van domein x niveau heeft als doel om ook op lagere niveaus verschillen in de hoogte en ontwikkeling van de studiewaarde te kunnen bekijken. De gepresenteerde gegevens op dit aggregatieniveau worden dus niet gebruikt voor beloning.

Voor deze indicator wordt als er één opleiding overblijft niet vergeleken met andere instellingen. Als er één opleiding overblijft wordt wel de ontwikkeling van de studiewaarde over de verschillende jaren getoond binnen de instellingen in vergelijking met alle instellingen (Nederland).

Populatie: bekostigde diploma’s op niveau 2, 3 en 4.
De gegevens betreffen de bekostigde deelnemers en gediplomeerden voor zover de deelnemer op 1 oktober van het betreffende schooljaar de leeftijd van 27 jaar nog niet had bereikt. Deze gegevens worden ten behoeve van beleidsinformatie verwerkt en sluiten zoveel mogelijk aan op de beslisboom zoals deze voor de bekostiging gebruikt wordt. De aantallen kunnen licht verschillen van de aantallen zoals deze worden gebruikt voor de bekostiging. Landelijk verschilt het aantal deelnemers minder dan 0,01%. Deze afspraken zijn gemaakt om eenduidig gebruik van onderwijsgegevens te stimuleren en zo de kwaliteit te kunnen waarborgen.

Meer informatie:
http://www.kwaliteitsafsprakenmbo.nl/documenten/formulier/2015/04/23/uitleg-studiewaarde

Rapportcijfer tevredenheid studenten, 2016

Definitie: de JOB-monitor is een onderzoek dat de tevredenheid van mbo-studenten meet. De resultaten worden gebruikt door studentenraden en scholen om de school samen te verbeteren. JOB staat voor Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs en is de vakbond voor en door mbo-studenten. De weergegeven cijfers zijn een gemiddelde per instelling. Ze zijn gebaseerd op de vraag "Welk rapportcijfer geef je jouw school?".

De afgebeelde ontwikkeling is het absolute verschil tussen de rapportcijfers van beide jaren.

Binnen het opleidingengedeelte worden de gegevens niet getoond op het kwalificatieniveau.

Populatie: het totaal aantal deelnemers per instelling, ingeschreven op 1 oktober van het voorliggende kalenderjaar.

Bron en kwaliteit: De JOB-monitor is een uitgebreide vragenlijst van zo'n 70 vragen, waarvan het geven van een rapportcijfer aan de opleiding er één is. De resultaten uit de JOB-monitor zijn met name waardevol en bruikbaar voor interne kwaliteitszorg van instellingen, niet voor het maken van ranglijsten. Na correctie van gegevens en met inachtneming van betrouwbaarheidsmarges en significanties blijken verschillen tussen scholen vaak minder groot. De respons onder de mbo-studenten bedroeg in 2014 51%. De respons is opgehoogd naar de landelijke totalen op basis van instelling, opleidingsrichting, leerweg, niveau, geslacht en etniciteit.

Meer informatie:
http://www.jobmbo.nl/resultaten-job-monitor

De op deze site gegeven uitsplitsing naar domein wijkt licht af vanwege een andere operationalisatie van domein (de hoofdgroep van SBB).

Aandeel studenten dat tevreden is over de school en studie

Definitie: de JOB-monitor is een onderzoek dat de tevredenheid van mbo-studenten meet. De resultaten worden gebruikt door studentenraden en scholen om de school samen te verbeteren. JOB staat voor Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs en is de vakbond voor en door mbo-studenten. De weergegeven indicator betreft het aandeel van de BOL-studenten dat tevreden is over de school en studie. Deze indicator is gebaseerd op de volgende vragen:

Als je weer een opleiding moest kiezen, zou je dan weer deze opleiding kiezen?
beslist niet . . . . . beslist wel

Als je weer een school moest kiezen, zou je dan weer deze school kiezen?
beslist niet . . . . . beslist wel

Een score is als positief beoordeeld als een student het vierde of vijfde blokje heeft aangekruist. Het gemiddelde percentage positief is berekend door het aantal positief gescoorde items te percenteren ten opzichte van het totaal aantal items.

De grootte van de cirkel geeft het aantal studenten aan dat de vragen heeft ingevuld.

Binnen het opleidingengedeelte worden de gegevens niet getoond op het kwalificatieniveau.

Populatie: het totaal aantal deelnemers per instelling, ingeschreven op 1 oktober van het voorliggende kalenderjaar.

Bron en kwaliteit: De respons onder de mbo-studenten bedroeg in 2014 51%. De respons is opgehoogd naar de landelijke totalen op basis van instelling, opleidingsrichting, leerweg, niveau, geslacht en etniciteit.

De JOB-monitor is een uitgebreide vragenlijst van zo’n 70 vragen. De resultaten uit de JOB-monitor zijn met name waardevol en bruikbaar voor interne kwaliteitszorg van instellingen, niet voor het maken van ranglijsten. Na correctie van gegevens en met inachtneming van betrouwbaarheidsmarges en significanties blijken verschillen tussen scholen vaak minder groot.

Meer informatie:
http://www.jobmbo.nl/resultaten-job-monitor

De op deze site gegeven uitsplitsing naar domein wijkt licht af vanwege een andere operationalisatie van domein (de hoofdgroep van SBB).

Aandeel studenten dat tevreden is over de studiebegeleiding

Definitie: de JOB-monitor is een onderzoek dat de tevredenheid van mbo-studenten meet. De resultaten worden gebruikt door studentenraden en scholen om de school samen te verbeteren. JOB staat voor Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs en is de vakbond voor en door mbo-studenten. De weergegeven indicator betreft het aandeel van de BOL-studenten dat tevreden is over de studiebegeleiding. Deze indicator is gebaseerd op de volgende vragen:

Hoe vind je de begeleiding bij je opleiding?
heel slecht . . . . . heel goed

Word je goed geholpen als je problemen hebt bij het leren?
helemaal niet . . . . . ja zeker + n.v.t.

Heb je een goed beeld van je eigen voortgang bij je opleiding?
helemaal niet . . . . . ja zeker + n.v.t.

Is er voldoende mogelijkheid om in je eigen tempo te leren?
veel te weinig . . . . . ruim voldoende

Een score is als positief beoordeeld als een student het vierde of vijfde blokje heeft aangekruist. Het gemiddelde percentage positief is berekend door het aantal positief gescoorde items te percenteren ten opzichte van het totaal aantal items.

De grootte van de cirkel geeft het aantal studenten aan dat de vragen heeft ingevuld.

Binnen het opleidingengedeelte worden de gegevens niet getoond op het kwalificatieniveau.

Populatie: het totaal aantal deelnemers per instelling, ingeschreven op 1 oktober van het voorliggende kalenderjaar.

Bron en kwaliteit: De respons onder de mbo-studenten bedroeg in 2014 51%. De respons is opgehoogd naar de landelijke totalen op basis van instelling, opleidingsrichting, leerweg, niveau, geslacht en etniciteit.

De JOB-monitor is een uitgebreide vragenlijst van zo’n 70 vragen. De resultaten uit de JOB-monitor zijn met name waardevol en bruikbaar voor interne kwaliteitszorg van instellingen, niet voor het maken van ranglijsten. Na correctie van gegevens en met inachtneming van betrouwbaarheidsmarges en significanties blijken verschillen tussen scholen vaak minder groot.

Meer informatie:
http://www.jobmbo.nl/resultaten-job-monitor

De op deze site gegeven uitsplitsing naar domein wijkt licht af vanwege een andere operationalisatie van domein (de hoofdgroep van SBB).

Aandeel studenten dat tevreden is over de lessen

Definitie: de JOB-monitor is een onderzoek dat de tevredenheid van mbo-studenten meet. De resultaten worden gebruikt door studentenraden en scholen om de school samen te verbeteren. JOB staat voor Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs en is de vakbond voor en door mbo-studenten. De weergegeven indicator betreft het aandeel van de BOL-studenten dat tevreden is over de studiebegeleiding. Deze indicator is gebaseerd op de volgende vragen:

Ben je tevreden over de afwisseling tussen zelfstandig werken en in groepen werken?
heel ontevreden . . . . . heel tevreden

Vind je dat er op school veel onderwijsactiviteiten uitvallen?
veel te veel . . . . . nooit

Vind je dat roosterwijzigingen op tijd worden doorgegeven?
veel te laat . . . . . ruim op tijd + n.v.t.

Vind je jouw docenten goed?
helemaal niet . . . . . ja, zeker

Vind je het lesmateriaal goed?
helemaal niet . . . . . ja, zeker

Worden boeken en lesmaterialen die je moet kopen ook gebruikt?
veel te weinig . . . . . altijd + n.v.t.

Heb je goed contact met je docenten?
heel slecht . . . . . heel goed

Een score is als positief beoordeeld als een student het vierde of vijfde blokje heeft aangekruist. Het gemiddelde percentage positief is berekend door het aantal positief gescoorde items te percenteren ten opzichte van het totaal aantal items.

De grootte van de cirkel geeft het aantal studenten aan dat de vragen heeft ingevuld.

Binnen het opleidingengedeelte worden de gegevens niet getoond op het kwalificatieniveau.

Populatie: het totaal aantal deelnemers per instelling, ingeschreven op 1 oktober van het voorliggende kalenderjaar.

Bron en kwaliteit: De respons onder de mbo-studenten bedroeg in 2014 51%. De respons is opgehoogd naar de landelijke totalen op basis van instelling, opleidingsrichting, leerweg, niveau, geslacht en etniciteit.

De JOB-monitor is een uitgebreide vragenlijst van zo’n 70 vragen. De resultaten uit de JOB-monitor zijn met name waardevol en bruikbaar voor interne kwaliteitszorg van instellingen, niet voor het maken van ranglijsten. Na correctie van gegevens en met inachtneming van betrouwbaarheidsmarges en significanties blijken verschillen tussen scholen vaak minder groot.

Meer informatie:
http://www.jobmbo.nl/resultaten-job-monitor

De op deze site gegeven uitsplitsing naar domein wijkt licht af vanwege een andere operationalisatie van domein (de hoofdgroep van SBB).

Aandeel studenten dat tevreden is over de stage (BOL)

Definitie: de JOB-monitor is een onderzoek dat de tevredenheid van mbo-studenten meet. De resultaten worden gebruikt door studentenraden en scholen om de school samen te verbeteren. JOB staat voor Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs en is de vakbond voor en door mbo-studenten. De weergegeven indicator betreft het aandeel van de BOL-studenten dat tevreden is over de stage/bpv (bpv=beroepspraktijkvorming). Deze indicator is gebaseerd op de volgende vragen over stages/bpv. De vetgemarkeerde vragen worden als ook als losse indicatoren weergegeven:

Ben je door je school goed voorbereid op je stage/bpv?
helemaal niet . . . . . ja, zeker

Had je moeite om een stage-/bpv-plaats te vinden?
heel veel moeite . . . . . geen moeite

Helpt de school je bij het vinden van een stage-/bpv-plaats?
helemaal niet . . . . . ja, zeker

Leer je op je stage-/bpv-plaats voldoende?
veel te weinig . . . . . ruim voldoende

Sluit wat je op school leert voldoende aan bij wat je moet kunnen op je stage/bpv?              
veel te weinig . . . . . ruim voldoende

Ben je tevreden over de begeleiding door de school tijdens je stage/bpv?
heel ontevreden . . . . . heel tevreden

Ben je tevreden over de begeleiding door het leerbedrijf tijdens je stage/bpv?
heel ontevreden . . . . . heel tevreden 

Vind je dat jouw begeleider op school en jouw stagebegeleider voldoende contact hebben?           
veel te weinig . . . . . ruim voldoende

Ben je tevreden over de manier van beoordeling van jouw stage/bpv?
heel ontevreden . . . . . heel tevreden + n.v.t.

Een score is als positief beoordeeld als een student het vierde of vijfde blokje heeft aangekruist. Het gemiddelde percentage positief is berekend door het aantal positief gescoorde items te percenteren ten opzichte van het totaal aantal items.

De grootte van de cirkel geeft indicatief het aantal studenten aan dat de vragen heeft ingevuld. Het is berekend door het responspercentage voor de instelling toe te passen op het aantal studenten in de selectie.

Binnen het opleidingengedeelte worden de gegevens niet getoond op het kwalificatieniveau.

Populatie: het totaal aantal deelnemers per instelling, ingeschreven op 1 oktober van het voorliggende kalenderjaar.

Bron en kwaliteit: De respons onder de mbo-studenten bedroeg in 2014 51%. De respons is opgehoogd naar de landelijke totalen op basis van instelling, opleidingsrichting, leerweg, niveau, geslacht en etniciteit.

De JOB-monitor is een uitgebreide vragenlijst van zo’n 70 vragen. De resultaten uit de JOB-monitor zijn met name waardevol en bruikbaar voor interne kwaliteitszorg van instellingen, niet voor het maken van ranglijsten. Na correctie van gegevens en met inachtneming van betrouwbaarheidsmarges en significanties blijken verschillen tussen scholen vaak minder groot.

Meer informatie:
http://www.jobmbo.nl/resultaten-job-monitor

De op deze site gegeven uitsplitsing naar domein wijkt licht af vanwege een andere operationalisatie van domein (de hoofdgroep van SBB).

Aandeel studenten dat tevreden is over de leerwerkplek (BBL)

Definitie: de JOB-monitor is een onderzoek dat de tevredenheid van mbo-studenten meet. De resultaten worden gebruikt door studentenraden en scholen om de school samen te verbeteren. JOB staat voor Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs en is de vakbond voor en  door mbo-studenten. De weergegeven indicator betreft het aandeel van de BBL-studenten dat tevreden is over de werkplek. Deze indicator is gebaseerd op de volgende vragen over de werkplek. De vetgemarkeerde vragen worden als ook als losse indicatoren weergegeven:

Had je moeite om voor je opleiding een werkplek te vinden?
heel veel moeite . . . . . geen moeite

Ben je tevreden over de begeleiding door het leerbedrijf op je werkplek?
heel ontevreden . . . . . heel tevreden 

Kun je jouw werkervaringen voldoende op school bespreken?
veel te weinig . . . . . ruim voldoende

Leer je op je werkplek voldoende?
veel te weinig . . . . . ruim voldoende

Sluit wat je op school leert voldoende aan bij wat je moet kunnen op je werkplek?
veel te weinig . . . . . ruim voldoende

Ben je tevreden over de manier van beoordeling van jouw praktijkdeel?
heel ontevreden . . . . . heel tevreden

Vind je dat de school en jouw leerbedrijf voldoende contact hebben?
veel te weinig . . . . . ruim voldoende

Een score is als positief beoordeeld als een student het vierde of vijfde blokje heeft aangekruist. Het gemiddelde percentage positief is berekend door het aantal positief gescoorde items te percenteren ten opzichte van het totaal aantal items.

De grootte van de cirkel geeft indicatief het aantal studenten aan dat de vragen heeft ingevuld. Het is berekend door het responspercentage voor de instelling toe te passen op het aantal studenten in de selectie.

Binnen het opleidingengedeelte worden de gegevens niet getoond op het kwalificatieniveau.

Populatie: het totaal aantal deelnemers per instelling, ingeschreven op 1 oktober van het voorliggende kalenderjaar.

Bron en kwaliteit: De respons onder de mbo-studenten bedroeg in 2014 51%. De respons is opgehoogd naar de landelijke totalen op basis van instelling, opleidingsrichting, leerweg, niveau, geslacht en etniciteit.

De JOB-monitor is een uitgebreide vragenlijst van zo’n 70 vragen. De resultaten uit de JOB-monitor zijn met name waardevol en bruikbaar voor interne kwaliteitszorg van instellingen, niet voor het maken van ranglijsten. Na correctie van gegevens en met inachtneming van betrouwbaarheidsmarges en significanties blijken verschillen tussen scholen vaak minder groot.

Meer informatie:
http://www.jobmbo.nl/resultaten-job-monitor

De op deze site gegeven uitsplitsing naar domein wijkt licht af vanwege een andere operationalisatie van domein (de hoofdgroep van SBB).

Aandeel studenten dat tevreden is over de begeleiding door de school tijdens de stage (BOL)

Zie: Aandeel studenten dat tevreden is over de stage (BOL).

Aandeel studenten dat tevreden is over de hoeveelheid contact tussen opleiding en bedrijf (BBL)

Zie: Aandeel studenten dat tevreden is over de leerwerkplek (BBL).

Aandeel studenten dat tevreden is over de hoeveelheid contact tussen opleiding en bedrijf (BOL)

Zie: Aandeel studenten dat tevreden is over de stage (BOL).

Aandeel studenten tevreden over de moeite om een werkplek te vinden (BBL)

Zie: Aandeel studenten dat tevreden is over de leerwerkplek (BBL).

Aandeel studenten dat tevreden is over hulp van school bij zoeken stage (BOL)

Zie: Aandeel studenten dat tevreden is over de stage (BOL).

Aandeel studenten dat voldoende leert op stage (BOL)

Zie: Aandeel studenten dat tevreden is over de stage (BOL).

Aandeel studenten dat voldoende leert op de leerwerkplek (BBL)

Zie: Aandeel studenten dat tevreden is over de leerwerkplek (BBL).

Aandeel tevreden afgestudeerden over de begeleiding door bedrijf tijdens de bpv (ROA)

Definitie: De BVE-Monitor is het onderzoek onder de gediplomeerden van het mbo dat jaarlijks door het ROA uitgevoerd wordt. De gediplomeerden van het mbo worden daarbij ongeveer anderhalf jaar na behalen van het diploma benaderd om aan een enquête deel te nemen. Deze indicator is gebaseerd op de vraag:

Hoe tevreden bent u over de kwaliteit van de begeleiding tijdens de beroepspraktijkvorming of stage?

Begeleiding vanuit beroepspraktijkvormings- of stageplaats:
zeer ontevreden . . . . . zeer tevreden

Populatie: het totaal aantal gediplomeerden ongeveer anderhalf jaar na het behalen van het diploma.

Bron en kwaliteit: De bron is de BVE-Monitor 2013 / 2015 van ROA. In 2013 zijn alle gediplomeerden van het mbo uit het studiejaar 2011-2012 benaderd. In totaal zijn 151.028 jongeren benaderd en hebben 31.324 aan de enquête deelgenomen (responsepercentage = 21%). In 2015 zijn alle gediplomeerden van het mbo uit het studiejaar 2013-2014 benaderd. In totaal zijn 150.699 jongeren benaderd en hebben 28.738 aan de enquête deelgenomen (responsepercentage = 19%).

De respons is niet opgehoogd naar de totale populatie op het betreffende niveau

Meer informatie:
http://roastatistics.maastrichtuniversity.nl/SISOnline/Home.aspx

Aandeel tevreden afgestudeerden over de begeleiding door school tijdens de bpv (ROA)

Definitie: De BVE-Monitor is het onderzoek onder de gediplomeerden van het mbo dat jaarlijks door het ROA uitgevoerd wordt. De gediplomeerden van het mbo worden daarbij ongeveer anderhalf jaar na behalen van het diploma benaderd om aan een enquête deel te nemen. Deze indicator is gebaseerd op de vraag:

Hoe tevreden bent u over de kwaliteit van de begeleiding tijdens de beroepspraktijkvorming of stage?

Begeleiding vanuit school:
zeer ontevreden . . . . . zeer tevreden

Populatie: het totaal aantal gediplomeerden ongeveer anderhalf jaar na het behalen van het diploma.

Bron en kwaliteit: De bron is de BVE-Monitor 2013 / 2015 van ROA. In 2013 zijn alle gediplomeerden van het mbo uit het studiejaar 2011-2012 benaderd. In totaal zijn 151.028 jongeren benaderd en hebben 31.324 aan de enquête deelgenomen (responsepercentage = 21%). In 2015 zijn alle gediplomeerden van het mbo uit het studiejaar 2013-2014 benaderd. In totaal zijn 150.699 jongeren benaderd en hebben 28.738 aan de enquête deelgenomen (responsepercentage = 19%).

De respons is niet opgehoogd naar de totale populatie op het betreffende niveau

Meer informatie:
http://roastatistics.maastrichtuniversity.nl/SISOnline/Home.aspx

Onderwerpen